mijn lochting

moestuinieren, zelfvoorziening, dieren

De basis

Veel mensen vragen me hoe het komt dat mijn moestuin ieder jaar dezelfde cyclus doorloopt zonder dat ik grote inspanningen moet leveren.  Heel eenvoudig : stap af van al het commerciële gedoe rond biologisch tuinieren en je bent al een heel eind op de goeie weg.  Mijn visie is  : ik zit graag in mijn moestuin, maar werk er niet zo graag in.  Zaaien, planten, verspenen, uitdunnen, …  noem ik niet ‘werken’ want dat is juist mijn hobby. Het komt er vooral op aan om je moestuin goed in te delen !

Eventjes verduidelijken !

DSC05941

Zoals je op het tuinplan kan zien is mijn moestuin ingedeeld in 8 bedden van 1.20 m op 4 m. De randen zijn afgewerkt met betonplaten of houten planken. Daar wordt dus nooit meer op gelopen.  Zo blijft de grond steeds intact.

De bemesting  hangt af van wat je op het bed zal planten of zaaien.  We weten dat koolgewassen en vruchtgewassen een betere bemesting dienen te krijgen dan bvb ajuinen.  In mijn tuin los ik dit als volgt op.  Het ene jaar worden de onpare bedden met stalmest (konijnenmest, paardenmest …) bedekt en de pare bedden krijgen een compostlaag of graslaag.

DSC05929

In het voorjaar wordt het stro ( uit de stalmest)  van de bedden gehaald. Deze worden op hun beurt lichtjes omgespit. De percelen met compost op worden gewoon wat losgewerkt met een riek, vier-tand, …

Een overzicht van de percelen voor 2016 : (rood = stalmest)

perceel 1 :    koolgewassen (spitskool, bloemkool, rode kool, koolrabi,  …)                       perceel 2 :    vlinderbloemigen ( doperwten, struikboontjes, snijbonen …)                                   perceel 3 :    vruchtgewassen  ( pompoen, courgette, patisson, …)                                                    perceel 4 :    wortelgewassen (ui, wortel)

 perceel 5 :     speciale gewassen ( knolpeterselie, haverwortel, keukenraapjes …)                      perceel 6 :     vlinderbloemigen  ( peultjes, tuinbonen  … )                                                                  perceel 7 :     koolgewassen  ( spruitjes, savooi, rode kool, witte kool …)                                        perceel 8 :     wortelgewassen  ( rode ui, sjalot,  schorseneer, pastinaak …)

De percelen met stalmest worden na het omspitten nog voorzien van wat gedroogde koemest.  Daar komen immers de meest gulzige gewassen op.   Ook netelgier ( een emmer vol netels, onder water zetten, afdekken en na 4 weken 1 : 10 verdunnen ) wordt gedurende het groeiseizoen gebruikt.

Een onbedekte grond wordt een dode grond :  dus het grasmaaisel wordt in fijne laagjes tussen de planten leggen.

Ik heb dan nog de A-percelen :

perceel A  :  een oud ras met 1e jaars  aardbeiplanten   (ras BAVO)

DSC05906

perceel A

perceel A1 : 1e jaars aardbeiplanten  ( ras  ‘Darselect’ )                                                                         perceel A2 :  look  ( ras ‘Valalado’  en ras ‘Oosterdel’)                                                                           perceel A3 :  aardappelen ( rassen  : ‘cornes de gattes’, ‘rouge de flandres’ en                                                     ‘blaue st galler’)

DSC05899

Het is de bedoeling dat  volgend jaar ( 2017) volgende perceelbezetting gebruikt wordt op de A-percelen :

A1 : 2de jaars aardbeiplanten                                                                                                                         A2:  1e jaars aardbeiplanten                                                                                                                           A3:  look

Je merkt het : de aardappelen zullen  wegvallen, tenzij wij een andere plaats of een andere manier (bvb in zakken) vinden.

 

De plant/zaaidata van groenten vind je steeds in de dagelijks bijgewerkte moestuinkalender

Bestrijding van ‘schadelijke’ insecten.

Schadelijke insecten bestaan niet in de natuur.  Ieder diertje heeft zijn taak te vervullen in het grote raderwerk van de natuur.  En daar ligt juist het probleem !  We maken een tuin met planten (rassen) die helemaal niet in de natuur thuis horen en daardoor groeien deze planten zwak op.  Sterke planten hebben minder last van insecten.  De taak van insecten is juist de zwakke planten opruimen door hun eitjes erop te deponeren, de larven eten dan de plant op. Hoe voorkomen !

Met gaasdoek kan je veel voorkomen : je belet immers dat insecten hun eitjes kunnen afzetten op jouw planten.  Ik gebruik het vooral gaasdoek bij koolgewassen en prei.

‘Escar-got’ voor de ecologische bestrijding van slakken op basis van ijzerfosfaat.  Het voordeel  is dat deze alleen schadelijk is voor de slak. Veel slakkenkorrels tasten ook vaak nuttige soorten aan, bijvoorbeeld egels en vogels. Dit is uiteraard absoluut niet de bedoeling. Ook komen huisdieren en kinderen vaak meermaals in aanraking met de slakkenkorrels in de tuin. Vooral huisdieren kunnen hierdoor vervelende vergiftigingen krijgen.  Maar Escar-got wordt enkel gebruikt bij een ware slakkenplaag, niet als er maar 1 slakje zit… als het echt niet nodig is (wat meestal het geval is) gebruik ik niets !

Een derde en heel belangrijk middel om insectenschade te voorkomen is “wisselteelt” en “combinatieteelt” .  Het wisselen van de  gewassen volgens familie zit reeds ingebakken in mijn tuinplan.  Combinatieteelt wordt bij mij toegepast met ui en wortel.  De geuren van deze planten ‘verjagen’ de wortel- of de uienvlieg.  Soms plant ik ook nog tagetes (stinkertjes) aan de rand van het bed.

Enkele middeltjes zijn ook :   nestkastjes hangen ( vooraleer een mezenjong het nest verlaat heeft het 300 gr (!) rupsen of andere insecten gegeten.  6 jongen per nestkastje – reken maar uit)  egelhuisje plaatsen ( egels eten 50 tot 80gr insecten per dag) , inheemse hagen en heggen planten ( bvb merels, lijsters broeden graag in meidoornhagen) , oorwormpotjes hangen ( oorwormen eten bladluizen), …

De natuur is je vriend, werk haar dus zo weinig mogelijk tegen.  Je zal er zelf de vruchten van plukken..

Advertenties